Geplaatst
Elke dag hetzelfde

“Word je er nooit moe van om elke dag hetzelfde te eten als ontbijt?. Dit vraagt mijn zoon die naar mijn bakje met kwark, cruesli en honing kijkt, terwijl hij zijn wentelteefjes met genot naar binnen werkt.

“Nee, ik vind het lekker, het is enigszins gezond en het zorgt ervoor dat ik daar in elk geval niet over hoef na te denken”, antwoord ik. “Is dat sinds je psychiatrische dinges… zegt hij”. “Ja, zeg ik toen ik weer ging eten, na een lange periode van zelfonthouding, hielp het om vooraf te weten wat ik ging eten. Dat gaf duidelijkheid en dus veiligheid vermoed ik.…”.

Het denken probeer ik te plannen na het ontbijt.

Hij kan dat gelukkig; voelen waar hij zin in heeft en daar gehoor aan geven. Hoeveel mensen kunnen dat nog? Ruimte maken om te voelen waar de zin, de behoefte zit. En in hoeverre is dat voelen het ‘vrije voelen’, het ‘echte’ voelen? Het voelen dat je kan relateren aan de ‘vrije wil’ om maar eens gelijk met het cruciale onderwerp de dag te beginnen. Ik ben niet zo van de ditjes en de datjes, wat best lastig is voor hem en voor mij. De ditjes en de datjes lijken in de weg te zitten van hetgeen waar het echt over gaat, ‘Wie ben ik?’ Maar zoals met alles, is er niets waar je om heen lijkt te kunnen, dus probeer ik er doorheen te denken.

Is de zin in wentelteefjes ingegeven door het lichaam wat vraagt om voedingsstoffen of is de zin ingegeven uit sentimentaliteit omdat het vandaag regent?  De regen en de grijze lucht zijn namelijk verbonden met Nederland en opa en oma die wentelteefjes maakten voor hun kleinkind, vroeger. Of is het omdat ik net vertelde dat oma een hartinfarct heeft gehad en opa’s handen niet meer zo goed functioneren wat zijn verlangen naar nabijheid heeft doen vertalen in wentelteefjes?

Na een hap, die bestond uit vier geblokte lagen wentelteefjes, zegt hij dat zijn vader ook altijd blokjes maakt van de wentelteefjes en zijn oma, de moeder van zijn vader, zijn boterhammen met hagelslag altijd in blokjes sneed en dat hij dan het middelste blokje bewaarde en als laatste at. Hij glimlacht terwijl hij dat zegt en zijn gedachten gaan naar ‘vroeger’ die hij nu even herleeft. Het zijn mooie herinneringen die hij telkens weer opduikt, oppoetst en ze dan weer netjes in zijn geheugen terug stopt. Hij heeft de gave ze telkens iets mooier terug te stoppen dan dat hij ze gevonden heeft.

Dat zorgt er dus ook voor dat de wentelteefjes telkens lekkerder smaken dan de vorige keer, maar nooit zo lekker als die eerste keer toen oma ze maakte. Zo kan het dus ook. Niet zoals de kwark wat dient als voorbehoedsmiddel tegen het denken, maar zoals de gedachte van de wentelteef die zorgt voor de verfraaiing ervan.

Gerelateerd aan ‘wat is echt?’ kan je stellen dat de betekenis die aan de wentelteefjes of de kwark wordt verleend de echtheid bepaalt. Dit niet te verwarren met de waarheid, want…als het gaat over onze ‘vrije wil’ zitten we op het verkeerde spoor, lijkt het. Het enige dat we kunnen willen is zien hoe patronen en ervaringen ons lijken te definiëren en hoe we kwark als en wentelteefjes als voorbehoedsmiddel tegen leegheid en openheid inzetten vanuit een verlangen naar duidelijkheid, veiligheid  en geborgenheid.