Geplaatst
Beeldenstorm

 ‘Wat of wie ben ik eigenlijk echt?’

In mijn werkende leven hecht ik belang aan gesprekken over het mensbeeld. Hoe zie je de mens? Is de mens intrinsiek goed of slecht? Indien de mens intrinsiek goed is; hoe kan het dan dat wij onze maatschappij vanuit wantrouwen hebben ingericht? Indien de mens intrinsiek slecht is; hoe kan een ander mens dan zorgdragen voor een correctie daarvan? Hoe zie je de ander? Hoe zie jij jezelf?  Wat is de waarde van een relatie en in hoeverre wordt die waarde bepaald door jouw eigenwaarde? Tenslotte ben jij het instrument en is de kwaliteit van de interventie afhankelijk van diegene die deze pleegt, of toch niet?

Het zelfbeeld als continue verbetertraject

Het zelfbeeld gaat aan het mensbeeld vooraf. Het zelfbeeld wordt opgebouwd vanaf de dag dat je wordt geboren. Of misschien al wel in het vruchtbare water.  Het concept ‘jij’, waarvan gedacht wordt dat zowel Nature als Nurture hier aan bijdragen, wordt door jou gekoesterd, verfraaid en verder opgebouwd. Uiteindelijk leidt dit tot een persoonlijkheid waar mee jij geïdentificeerd weet. Weten wat je volkomenheden en je onvolkomenheden zijn wordt alom geprezen en getuigt van een groot zelfbewustzijn en reflectievermogen. Vanuit dat zelfbewustzijn gaan we elke dag aan de slag om onszelf te verbeteren, ons zelfconcept wel te verstaan.  Dit doen we niet alleen in intellectuele zin, maar ook fysiek, emotioneel en ja, zelfs spiritueel.

It’s a matter of life and death

Het zelfconcept is het geen waarmee jij de wereld al werkend tegemoet gaat. En dit is hard werken, want regelmatig wordt dit concept ter discussie gesteld door een ander. Onze reacties lopen uiteen, maar hebben één ding gemeen en dat is dat bevestiging van het concept goed voelt en dat een aanval op het concept slecht voelt. Vervolgens reageren we daarop op uiteenlopende wijzen: boos, bang, verdrietig, beschaamd. Echter ontspruiten al deze reacties uit de angst voor het uiteenvallen van ons zelfconcept. En dat voelt alsof de ‘dood’ ons op de hielen zit. De dood als het einde van het verbetertraject

Regisseur of hoofdrolspeler

De vraag ‘waarom moet mij dit altijd overkomen?’ is een vraag die velen stellen. Het antwoord ligt voor de hand: “Omdat ‘Jij’ in je eigen levensverhaal altijd de hoofdrol hebt”. “Hoe geïnteresseerd ben je in de dagelijkse belevenissen van een ander in vergelijking met die van jezelf?” Als die belevenissen jou includeren en je zelfconcept bevestigen of verfraaien dan is je interesse groot. Is dit op geen enkele manier het geval dan wordt de huidige situatie al snel overgenomen door gedachten die jou betreffen. Dit kan gaan over jouw boodschappen, jouw to- do list, jouw partner of jouw brand in jouw huis. Het is niet mogelijk om de regie te behouden over jouw gedachten. Al die gedachten komen gewoon met tienduizenden per dag voorbij. We kiezen diegene als ‘mijn gedachte’ in relatie tot het verdedigen of verfraaien van ons zelfconcept.

Geen 9 tot 5 mentaliteit

En hard werken is het om dat zelfconcept in stand te houden. Dit vraagt om continue beschikbaarheid conform de beschrijving die we van onszelf hebben gemaakt. We zijn dagelijks ook buiten werkuren beschikbaar voor de instandhouding van dit zelfconcept. Bevestigingen lokken we uit en halen we gretig of bescheiden binnen. Aanvallen worden met strategieën beslecht in uiteenlopende varianten: Terugtrekken, vermijden of de inzet van de tegenaanval op de ander of jezelf. De bron van waaruit zich dit allemaal ontspruit is angst. Angst voor verlies van het concept dat we hebben gemaakt en waarvan we denken dat we dat zijn.

Wat zijn we dan precies?

Per ongeluk type ik ‘belijft’. Dit is een mogelijke andere verwoording; be-lijft. Het lichaam is de aparte identiteit dat je onderscheidt van een andere identiteit en beiden hebben een eigen zelf-concept. Dit leidt tot een continue proces van be-lijven; een beweging waarin bevestiging van het gemaakte zelfconcept letterlijk wordt belichaamd. Het lichaam is wie we zijn en waar we dagelijks druk mee zijn. Hoe we worden gezien- ons beeld- is wie we zijn.

Wie ben jij zonder het zelfconcept?

Wat blijft er over als je niet meer hoeft te worden wie je nu niet bent en niet meer ongedaan hoeft te maken wie je denkt dat je nu bent?